Tickets
Back to overview

Het wonder is (nu ook online) geschied!

Onze tentoonstelling Het wonder is geschied! gemist deze zomer? Haal er dan alvast een zak popcorn bij, want hieronder vind je alle werken die enkele toonaangevende grafische kunstenaars ervoor maakten – allemaal gebaseerd op Vlaamse bioscoopkleppers uiteraard.

(Alle ontwerpen staan onderaan in volgorde)

1. Sammy Slabbinck doet De zaak Alzheimer (Erik Van Looy, 2003)

Sammy Slabbinck nam al platenhoezen van Leonard Cohen en Nordmann voor zijn rekening, maar dit is zijn eerste cinema-uitstap. “Ik moet bekennen dat het wel even zoeken was”, zegt de collagekunstenaar. “Normaal werk ik met papier, maar ik vond daarvoor dit keer niet de juiste invalshoek of het juiste bronmateriaal. Ook de affiche van de film was weinig bruikbaar – té typisch. En dus heb ik voor het eerst met een screenshot gewerkt. Van Jan Decleir natuurlijk, de Robert De Niro van de Lage Landen.” De zaak Alzheimer (over een huurmoordenaar die last heeft van de ziekte van Alzheimer) is intussen zeventien jaar oud, maar Slabbinck vindt dat hij nog maar weinig is verouderd. Meer nog: “Voor mij blijft dit dé film waarmee Erik Van Looy Hollywood naar Vlaanderen heeft gehaald. Met alles wat ervoor kwam, had ik erg weinig. Dit daarentegen werkte wel voor mij.” Voor zijn interpretatie van de politiefilm is de kunstenaar vertrokken van de scène die hem het meest is bijgebleven. “Alles bouwt twee uur lang naar die scène toe. Ook de zin die ik er heb opgeplakt, want die komt al veel vroeger in de film voor. Het is echt een sleutelzin, en ik vind hem bovendien erg poëtisch.” Het lettertype is dat beduidend minder. “Het is het lettertype waarmee ze echt elke film ondertitelen. Ik weet niet wie dat ooit heeft beslist, maar het is zeer herkenbaar, en dat vind ik er ook opmerkelijk aan. En in dit geval was het vanzelfsprekend eveneens bijzonder toepasselijk.”

2. Jaune doet Aanrijding in Moscou (Christophe Van Rompaey, 2008) 

Jaune is kind aan huis in Oostende: al vier jaar op rij maakt hij zijn opwachting op het street art-festival The Crystal Ship. De vuilnismannen die je overal in de stad ziet, die zijn van hem. “Ik kreeg het idee ervoor, toen ik als jobstudent zelf een zomer lang als vuilnisman in Brussel heb gewerkt. Ik moest toen ook zo van die fluopakjes dragen, en je zou denken dat je dan goed opvalt, maar het tegendeel is waar: ik voelde mij als vuilnisman compleet onzichtbaar. Mensen passeren je op straat alsof je totaal niet bestaat.” Vuilnismannen lopen er in de romantische komedie Aanrijding in Moscou niet rond, wel een truckchauffeur. Die wordt na een lichte aanrijding met een vrouw in eerste instantie door haar weggezet als het vuil van de straat, “en daarin zag ik wel een link met mijn werk”, vertelt de Brusselse street artist, die toegeeft dat hij ook door de rest van de film werd gecharmeerd. “Dit is niet waar ik normaal naar kijk – mijn favoriete Belgische films zijn C’est arrivé près de chez vous en De helaasheid der dingen. Maar de personages zogen mij in het verhaal.” “Ik was ook blij om eens een film over de arbeidersklasse te zien die niet donker en grijs is. Of waarin het constant regent. We hebben de gewoonte om België er in films saai en grauw te doen uitzien – zeker in dit soort sociale films – terwijl dat helemaal niet is hoe ik dit land en zijn inwoners zie. Ik hoop dat mijn werk dat ook duidelijk maakt.”

3. Gijs Kast doet Rundskop (Michaël R. Roskam, 2011)

“Ik ben wel fan van jullie films”, vertelt de Nederlander Gijs Kast. “Vooral dan van die heel brute. Ex Drummer, bijvoorbeeld. Maar uiteraard ook Rundskop. Ik ben die zelfs nog in de bioscoop gaan bekijken, toen hij uitkwam.” De keuze van de kunstenaar, die vaak werkt voor De Morgen, Het Parool en NRC, lag dus voor de hand. “Want ik wist dat ik met Rundskop en vooral ook met dat sfeertje heel wat kon aanvangen.” Voor wie de afgelopen negen jaar onwaarschijnlijk hard zijn best heeft gedaan om de – in meer dan één betekenis van het woord – krachttoer van Michaël R. Roskam te ontwijken: Matthias Schoenaerts kruipt erin in het kolossaal lijf van een veeboer met érg veel issues. Voor zijn werk is Gijs Kast vertrokken van zijn favoriete scène in de film – ja, die scène! “Het is mij altijd bijgebleven hoe die met zijn blote bast in de badkamer staat en zich inspuit met middelen die bedoeld zijn voor runderen. Vervolgens staat hij wat te schaduwboksen en daar spreekt echt waanzinnig veel opgekropte frustratie uit. Matthias Schoenaerts heeft in de film ook zo’n groot lijf dat het allemaal erg vlezig wordt. Ik heb dat nog een beetje meer uitvergroot.” Opmerkelijk ook: de kunstenaar koos ervoor om zijn werk op behangpapier te laten printen. “Toen ik jong was, ben ik wel eens gaan wildplakken. Zo op straat posters staan pappen: heerlijk! Ik sluit niet uit dat het daar iets mee te maken heeft, maar ik vond het in dit geval ook wel goed werken.”

4. Eva Mouton doet Hasta la vista (Geoffrey Enthoven, 2011) 

“Ik hou van films die als feel-good kunnen worden bestempeld,” geeft Eva Mouton toe, “maar een donker onderlaagje hebben.” Voor de illustrator is Hasta la vista zo’n film. “Bij alle personages is een hoek af. Maar hun drijfveer is dezelfde: ze willen léven!” De waargebeurde plot is eenvoudig: drie twintigers met een beperking willen samen – en vooral ook zonder ouders – op reis naar Spanje. Meer specifiek: naar een bordeel voor “mensen zoals ons”. “Als ik aan Spanje denk, denk ik aan de foute esthetiek van toeristische plaatsen”, gaat Eva Mouton verder. “Kaartjes met daarop een vrouw in string en een dolfijn op de achtergrond, en toeristen in witte kleren, Hawaïhemdjes en flipflops. Ik wou daar wild in gaan, dus heb ik een regenboog van kleuren gemaakt, er een laag zwart op gezet en daar de tekening uit‘gekrabd’. De protagonisten lijken te poseren voor een foto die zo in een fotoalbum kan worden geplakt met de cheesy titel ‘de reis van mijn leven’.” De illustrator werkt vaak met dialogen en tekstballonnen, en ze geeft toe dat ze in dit geval ook voor ‘Ik wil poepen!’ had kunnen gaan – één van de slagzinnen uit de film. “In mooie, sierlijke, grote letters! Maar ik wou wat uit mijn comfortzone stappen. Mijn typische, luchtige pastelkleuren en witte achtergronden laten normaal gezien zuurstof in het beeld, maar ik vond niet dat die pasten bij de sfeer van de film. Dat zwart daarentegen past voor mij zeer goed bij de tragiek die in de film schuilt, onder de laag humor en kleur.”

5. Lectrr doet The Broken Circle Breakdown (Felix van Groeningen, 2012)

“Ik ben geïntrigeerd door films zonder happy end.” Niet meteen een uitspraak die je zou verwachten van één van de grappigste cartoonisten van het land, maar Lectrr is bloedserieus. “De laatste jaren kijk ik films soms niet meer uit, als ik merk dat er weer zo’n Hollywoodiaans einde zit aan te komen. The Broken Circle Breakdown heeft dat uitdrukkelijk niet. Ik heb op het einde daarvan zitten janken als een klein kind, en ik was naar verluidt niet de enige.” Het einde gaan we vanzelfsprekend niet prijsgeven, maar weet dat The Broken Circle Breakdown gaat over een koppel bluegrass-muzikanten wiens relatie niet bijster goed afloopt. “Er zit echter zoveel muziek in de film – zowel letterlijk als figuurlijk – dat het in feite een musical is. En ik heb niets met musicals! Ik heb ook niets met countrymuziek en ik vind cowboyhoeden belachelijk. En toch is Felix van Groeningen erin geslaagd om mij met deze film niet gewoon te raken, maar zelfs tot tranen toe te bewegen. Echt chapeau.” Maar als het erop aankwam, kon de cartoonist, die vooral bekend is van zijn werk voor De Standaard, toch weer niet aan de verleiding weerstaan om er een grap over te maken. “Dat is natuurlijk wat ik doe. Al heb ik het mij met een film zo tragisch als The Broken Circle Breakdown toch niet gemakkelijk gemaakt, vind ik. Er kwam mogelijk zelfs wat masochisme bij kijken.” Maar de cartoon is uiteindelijk zo raak dat Lectrr in zekere zin voor iets heeft gezorgd dat hij zelf grondig haat: een happy end.

6. Studio Caro doet Het vonnis (Jan Verheyen, 2013)

“Ik hou ontzettend van oude filmaffiches!” Laat hier geen twijfel over bestaan: Caroline Vermeir (aka Studio Caro) is een nostalgische ziel. “Drew Struzans posterontwerp voor Back to the Future, wat John Alvin heeft gedaan met Blade Runner en Beauty and the Beast, dat zijn dingen die mij enorm inspireren. Veel meer dan hedendaagse filmposters, als ik eerlijk ben. Vandaag gebruiken ze vooral foto’s omdat die commercieel interessanter zouden zijn. Terwijl sommige films echt meer baat zouden hebben bij een ambachtelijke affiche waar mensen even bij blijven stilstaan.” Dat is dan ook het idee achter haar ontwerp voor Het vonnis, “een film die mij enorm heeft aangegrepen. Misschien komt het omdat ik een groot rechtvaardigheidsgevoel heb, maar ik was er echt even niet goed van. Ik vind het ook een interessant vraagstuk: wat doe je als de moordenaar van jouw wederhelft vrijkomt door een procedurefout? Voeg daar dan nog een fenomenale Johan Leysen aan toe, in combinatie met Koen De Bouw en Veerle Baetens, en ik was helemaal mee.” Voor Caroline Vermeir was het bijgevolg een uitgemaakte zaak dat de drie hoofdrolspelers in haar werk zouden opduiken. Net als de handboeien, “het enige element dat ik heb overgenomen uit de originele filmaffiche. Verder heb ik er die scherven aan toegevoegd omdat het personage van Koen De Bouw echt wel een gebroken man is wiens ziel aan diggelen wordt geslagen.”

7. TOYKYO doet Marina (Stijn Coninx, 2013)

Van een designstudio die bekendstaat om zijn uitbundige en/of bonte ontwerpen voor Pukkelpop, Lefto en Zwangere Guy, verwacht je niet dat ze er Marina van Stijn Coninx uitpikken. Maar dat is precies wat TOYKYO deed. “Een verrassende keuze? Nee, hoor. We zijn afkomstig uit Limburg, dus we hebben redelijk wat affiniteit met de figuur.” Die ‘figuur’ is Rocco Granata, het Belgisch popicoon op wiens leven de film is gebaseerd. Eind jaren 40 verhuisde hij met zijn ouders naar België, waar zijn vader aan de slag ging in de steenkoolmijn van Waterschei. (In Limburg, dus.) Zelf was Rocco meer geïnteresseerd in muziek en op zijn achttiende bracht hij zijn eerste single uit – in eigen beheer, want geen enkele platenfirma toonde interesse. Op de B-kant van die single stond ‘Marina’, en de rest is geschiedenis. “De grootste uitdaging was om Rocco zo herkenbaar mogelijk te maken,” aldus TOYKYO, “zodat iedereen meteen zou weten om welke film het gaat. We hebben hem dan maar gelijk ook zo groot mogelijk gemaakt, zodat echt níemand zou kunnen twijfelen.” De designstudio vond het ook belangrijk om er geen alternatieve filmaffiche van te maken. “Eigenlijk hebben we ons vooral laten inspireren door de platenhoezen van Rocco en andere accordeonartiesten uit de jaren 60. Die waren – verrassend genoeg – enorm flashy, kleurrijk en uitgesproken. Dus kijk, we hebben meer met Rocco Granata gemeen dan mensen zouden denken.”

8. Gus & Stella doen Black (Adil El Arbi & Bilall Fallah, 2015)

“We zijn fan van Adil & Bilall”, geeft het duo Gus & Stella grif toe. “We hebben hun debuutfilm Image nog in de cinema gezien. Maar Black is onze favoriet. Een moderne versie van Romeo en Julia die zich afspeelt in Brussel en baadt in een soort ‘neon glow’, op ons oefent dat een serieuze aantrekkingskracht uit.” De plot, gebaseerd op een jeugdboek van Dirk Bracke, hebben de grafische kunstenaars daarmee al netjes samengevat. Aboubakr Bensaihi en Martha Canga Antonio, die tegenwoordig ook bijzonder straffe popmuziek maakt als Martha Da’ro, spelen twee tieners die tot rivaliserende bendes behoren. Ze weten dat ze niet met elkaar mogen optrekken, en tóch kunnen ze niet aan de verleiding weerstaan. “Die twee personages moesten er sowieso in”, vertellen Gus & Stella. “Hun liefde voor elkaar is de rode draad doorheen de film. We hebben dat er ook vrij letterlijk in gestoken. Maar uiteraard speelt ook Brussel een belangrijke rol, met al haar multiculturaliteit en gelaagdheid. Want dat is het derde hoofdpersonage uit de film. In zekere zin is de stad zelfs een metafoor voor het verhaal: al die hoge gebouwen zijn misschien grijs, maar voor ons zit net daar schoonheid. Zoals de leefwereld van de twee protagonisten misschien ruw is, maar hun liefde mooi.” Aan materiaal had het duo, dat gekend staat voor zijn collages, trouwens geen gebrek: “We lopen vaak in Brussel rond en we hebben altijd een camera bij. Ons archief zit dus vol foto’s van de stad. Het kwam er gewoon op neer het juiste samenspel te vinden.”

9. Mellon doet Home (Fien Troch, 2016)

“Als ik eerlijk ben, had ik Home nog niet gezien”, vertelt de Antwerpse illustrator Mellon, wier werk geregeld in Trends en Knack Focus staat. “Maar ik was er al lang benieuwd naar, en hij stelde niet teleur. De film kwam zo hard binnen als ik mij had voorgesteld. Nee, echt, ik heb er letterlijk buikpijn van gekregen.” Zonder al te veel te verklappen: Home gaat over de relatie van een groepje tieners met hun ouders, en die is niet altijd opperbest. Om het zacht uit te drukken. “Ik wou vooral geen letterlijke visualisatie van de film maken,” gaat Mellon verder, “dus de personages zitten er niet lijfelijk in. Tenzij hun handen misschien, want de focus die Fien Troch legt op de zenuwachtigheid daarvan – en sowieso ook op kleine bewegingen die vaak enorm veel vertellen – viel mij enorm op. Ik wist dat ik daar iets mee moest doen.” Het idee om iets met wortels te doen, kwam uiteindelijk ook vrij snel. “Die wortels zijn de roots van die families. Het zijn de banden die er onvermijdelijk zijn, ook al willen sommigen niets liever dan er zich van los te wrikken. Maar dat lukt niet, want ze zitten waanzinnig in elkaar gestrengeld. De buikpijn die ik had, dat beklemmende van de plot, dat kluwen van die banden, dat heb ik met mijn werk willen weergeven.” En het kleurenpalet? “Overwegend donkerblauw, dus koud. Zoals de film. Al heb ik er bewust toch ook wel geel in gestoken. Kwestie van een béétje hoop uit te stralen. Dat was nodig.”

10. Annelien Smet doet Girl (Lukas Dhont, 2018)

“De plot van Girl ligt mij na aan het hart”, zegt Annelien Smet, die koos voor de debuutfilm van Lukas Dhont. “Ik zat vroeger op school in een band waarvan de drummer een vrouw was. Vandaag is die een man.” Girl is geïnspireerd op het levensverhaal van Nora Monsecour, die op jonge leeftijd besliste dat ze niet langer een jongen wou zijn. De film, die in Cannes de prestigieuze Caméra d’Or won, is dan al geenszins biografisch, Monsecour was nauw bij het productieproces betrokken. Zo voelde het ook voor Annelien Smet, toen ze de film zag – alsof ze erbij betrokken was. “Ik ga natuurlijk nooit weten hoe het voelt om zo’n transformatie te ondergaan, maar ik heb het bij mijn maat mee gevolgd en ik heb er toen ook heel wat over opgezocht. Zowel de film als die persoonlijke ervaring hebben uiteindelijk tot dit beeld geleid.” De kleur van het werk was voor de kunstenaar ook erg belangrijk. “Ik wou de nadruk leggen op het positieve van zo’n transformatie: van wankel naar evenwichtig, van poreus naar solide, van man naar vrouw. Zonder weliswaar het verleden weg te gommen, want het traject dat je als transgender aflegt, wordt onvermijdelijk ook deel van wie je bent.” Dat traject wordt in de film natuurlijk nog niet volledig afgelegd, “vandaar dat het voor mij niet zozeer het personage van Victor Polster is die er in mijn tekening op terugkijkt – ook al gebruik ik het gezicht van de acteur uit de film – maar Nora Monsecour. Het personage van Victor heeft nog geen rust gevonden in haar lichaam. Monsecour wel. Ik wou dat laten zien – dat de storm, waarin ze zich ooit bevond, is gaan liggen – want ik vind zoiets heel bijzonder.”

Ontdek het creatief werk van onze kunstenaars: Sammy SlabbinckJauneGijs KastEva MoutonLectrrStudio CaroTOYKYOGus & StellaMellon en Annelien Smet.